Verzuim, Vitaliteit & Inzetbaarheid

Congressen en cursussen voor professionals
op het gebied van HR, Arbo, OR 
en management 

Meer!

e-Learning

Blogs

Dokter, ik heb een burn-out!
maandag 11 december 2017

Burn-out is een groot en toenemend probleem in werkend Nederland. Van werkenden vertoont 14% burn-outklachten (CBS). Een echte burn-out is verwoestend en heeft lichamelijke verstoringen tot gevolg die een lange hersteltijd hebben (242 dagen volgens zeer recent onderzoek van Arboned).

Waar komt de burn-out epidemie toch vandaan? Het lijkt wel een vloedgolf. Deel van de verklaring ligt in de almaar toenemende taakeisen, de informatietoename, (not-so) smartphonisering, social media en een druk sociaal leven. Weinig tijd voor ontspanning en rust. Een ander deel van de verklaring zou hem in de ‘ventielfunctie’ kunnen zitten. Mensen gebruiken een burn-out als het hen te veel wordt of niet meer tevreden zijn met hoe het gaat. Zoals in het verleden RSI, whiplash, fybromyalgie en andere aandoeningen plotseling heel populair werden.

Een burn-out is geen stikker die je zo maar op iemand kunt en mag plakken. Er is ook geen éénduidige medische diagnose voor en komt ook niet voor in de DSM, het Handboek van psychische aandoeningen. Het is typisch zo’n ‘aandoening’ waar veel mensen die vage klachten hebben zich aan kunnen conformeren. Hier moet een deskundige op dit vakgebied aan te pas komen, die aan de hand van een gevalideerde vragenlijst een diagnose stelt.

Helderheid en transparantie over werkdruk, stress, overspannenheid en burn-out is binnen een organisatie van groot belang. Werkdruk wordt door bijna alle deskundigen op dit gebeid gezien als goed; het gaat mis als er sprake is van werkstress, die ook nog eens een chronisch karakter gaat krijgen. Als mensen (chronische) werkstress ervaren moeten ze daarover kunnen praten met HR en/of hun leidinggevende. Helpt dat niet dan zou er een praktische en kundige coach geregeld kunnen worden. Iemand die gaat ondersteunen zonder dat er nog sprake is van ziekte. Goede afspraken met de zorgverzekeraar, de arbodienst en/of  de bedrijfsarts maak je van te voren. Ook dat hoort bij preventie en transparantie.

Het belang van preventie is groot en het wegstoppen van burn-outklachten is een enorm risico voor mens en organisatie. ‘Het is belangrijk om goed naar de eerste signalen van een burn-out te luisteren en er vooral naar te handelen. Het kunnen onderscheiden van de verschillende stadia van werkstress, overspannenheid en burn-out helpt HR en leidinggevenden om hier mee om te gaan.

Valt iemand echt uit of dreigt iemand langdurig uit te vallen? Stuur zo iemand dan snel door naar de bedrijfsarts of liever nog eerst naar een deskundige die een juiste ‘diagnose’ kan stellen en vervolgens in samenspraak met de bedrijfsarts een vervolgtraject kan verzorgen. De huidige Richtlijn van de NVAB op dit gebied dateert van 2007 en is niet meer conform de huidige voorgestane aanpak van bijvoorbeeld Trimbos. De verwachte update in 2017 is nog niet in zicht.

Aangezien een burn-out zowel psychische- als lichamelijke effecten heeft moet een vervolgtraject zorgvuldig zijn. En het zou kunnen dat de sociale omgeving op zowel werk als in het privéleven daar een rol bij moet spelen.

Neem uw mensen serieus. Help ze waar nodig voordat het te ver is gekomen. En als ze dan helaas in een burn-out terecht komen, geef ze dan echt professionele hulp.

Diederik Gallas, met dank aan Paul ter Wal

Praktische tips krijgt u op het Congres Burn-out Preventie op 15 maart 2018

10 Tips voor de interne casemanager
maandag 4 december 2017

Door toedoen van de nieuwe privacywetgeving ontstaat er een onderscheid tussen de interne en de externe casemanager. De externe casemanager werkt over het algemeen bij een arbodienst onder de vleugels (lees: taakdelegatie) van een bedrijfsarts. Dat betekent dat de externe casemanager medische gegevens wel mag uitvragen en gebruiken, alles blijft echter bij de arbodienst. De bedrijfsarts bepaalt wat gedeeld mag worden over beperkingen en mogelijkheden met de werkgever van een zieke werknemer.

Interne casemanagers hebben veel minder armslag omdat zij niet in taakdelegatie (kunnen) werken. Zij zullen overigens wel als casemanager kunnen werken, maar dan zonder zich te bemoeien met het medische gedeelte, vooral als porcesbegeleider. Door het verwerken van medische gegevens loopt de werkgever risico op enorme boetes.

10 tips:

  • Zorg voor balans tussen de menselijke kant en de procesbegeleiding, tussen mens en financiën.
  • Maak verbinding met een zieke medewerker. Wees open, eerlijk en nieuwsgierig.
  • Zorg dat u regie kunt houden in lastige gesprekken.
  • U bent geen dokter, dus handel ook niet als een dokter.
  • Ken de grenzen van de privacy regels tot in de puntjes. Vraag en verwerk nooit gezondheidsgegevens.
  • Realiseer u dat één dag ziekteverzuim minimaal €350 kost.
  • Accepteer geen onduidelijke boodschappen van de bedrijfsarts (‘geen benutbare mogelijkheden’ of ‘energetische beperking’). Vraag dan om een inzetbaarheidsprofiel.
  • Weet exact wat arbeidsrechtelijk wel en niet kan.
  • Volg de Poortwachter regels van het UWV ter voorkoming van loonsancties.
  • Maak goede en duidelijk afspraken met de arbodienst passend bij uw bedrijfsvisie.

Het vak van casemanager is uitdagend. Het raakt veel verschillende disciplines. Vandaar dat wij een ExpertOpleiding Casemanagement aanbieden die u helpt lastige gevallen tot een goed einde te brengen.

Word wakker: nieuwe realiteit verzuimbegeleiding
maandag 13 november 2017

Door Jurgen van der Baan, Casemanager, TriageExpert en spreker op Praktijkdag Privacy & Verzuim

Begin 2016 trok er een schokgolf door Verzuimland. Op 3 maart 2016 van dat jaar gaf de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) zorginstelling Abrona met het rapport ‘Definitieve Bevindingen Abrona’ een harde tik op de vingers omdat zij bij de begeleiding van het verzuim van haar werknemers op een aantal punten de Wet bescherming persoonsgegevens had overtreden.

Op 21 april 2016 publiceerde de Autoriteit Persoonsgegevens vervolgens de beleidsregels ‘De zieke werknemer’. Omdat het dezelfde interpretatie van wet- en regelgeving laat zien als het Abrona-rapport, kun je rustig kunt stellen dat de twee documenten parallel aan elkaar tot stand zijn gekomen.

Botst eigen regie bij verzuimbegeleiding met privacy?

Het Abrona-rapport en de beleidsregels botsen op een aantal punten met actieve verzuimbegeleiding door de werkgever. Dit levert een viertal pijnpunten op:

  1. Werknemer en werkgever mogen alleen over mogelijkheden, beperkingen en re-integratie praten op basis van een advies van de arbodienst of bedrijfsarts
  2. Arbeidsongeschiktheidspercentages moeten gebaseerd zijn op advies van de arbodienst of bedrijfsarts
  3. Je mag niet opschrijven waarom een werknemer bij verzuim onder de vangnetregeling (no-riskpolis) valt
  4. Ook met toestemming van werknemer mogen gezondheidsgegevens niet worden verwerkt.  

De bovengenoemde punten doen afbreuk aan de gezamenlijke verantwoordelijkheid van werkgever en werknemer zoals die verankerd is in de Wet verbetering Poortwachter. Hiermee krijgt het ‘Eigen Regiemodel’ voor werkgevers een gevoelige klap. De rol van de arbodienst en bedrijfsarts wordt eigenlijk weer naar voren geschoven. 

De nieuwe realiteit voor verzuimbegeleiding

Voor Abrona eindigde het onderzoek niet met de publicatie van het rapport. In de conclusies werd aangegeven op welke punten Abrona beleid en uitvoering aan moesten passen. Ondanks een aantal aanpassingen werd in oktober 2016 op basis van vervolgonderzoek een last onder dwangsom opgelegd. Dat is een voorwaardelijke boete om uiteindelijk alle door de AP gewenste aanpassingen af te dwingen. Abrona ging in bezwaar bij de AP, maar dat werd op 7 maart 2017 afgewezen. Uiteindelijk besloot Abrona alle wijzigingen die de AP eiste door te voeren en niet meer in beroep te gaan. In mei 2017 maakte de AP bekend dat Abrona haar werkwijze voldoende had aangepast en daardoor geen dwangsommen hoefde te betalen. 

Na alle rumoer rond het Abrona-rapport en de beleidsregels van de AP is het ineens opvallend stil geworden. OVAL en de NVAB laten zich in het openbaar niet meer horen. Abrona gaat niet in beroep waardoor het lijkt alsof de AP op alle punten gelijk heeft. Voor verzuimbegeleiding is er dan ook sprake van een nieuwe realiteit.

Veel werkgevers, arbodiensten en bedrijfsartsen lijken nog niet door te hebben dat ze weer afhankelijker van elkaar zijn geworden. Om afspraken met betrekking tot re-integratie te kunnen maken heeft de werkgever eerst een advies van de arbodienst of bedrijfsarts nodig. Werkgevers die daar geen rekening mee houden lopen het risico dat een (ex-)werknemer een klacht bij de AP neerlegt, waardoor een onderzoek wordt gestart met als mogelijk resultaat een negatief rapport, negatieve publiciteit en een boete.

Werkgevers moeten dit niet onderschatten; de invloed van de AP zal de komende jaren alleen maar toe nemen. Inmiddels is bekend geworden dat de AP meer budget krijgt en de komende jaren in omvang zal verdubbelen. Bovendien valt te verwachten dat de AP zich ook na 2017 op de naleving van de privacyregels voor zieke werknemers zal blijven richten. Door de invoering van de Europese Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) per 25 mei 2018 kan de AP in verhouding ook nog eens hogere boetes op gaan leggen. 

Wat nu?!?

Verstandige werkgevers zullen hun samenwerking met hun arbodienst of zelfstandige bedrijfsarts moeten herijken. Wil je als werkgever nog regie voeren in de verzuimbegeleiding dan heb je regelmatig concrete adviezen vanuit de arbodienst/bedrijfsarts nodig. Waar werkgevers en bedrijfsartsen elkaar in het verleden nog weleens in de haren zaten, vraagt de nieuwe realiteit van de AP om nauwe en constructieve samenwerking. Alleen gezamenlijk kan goed invulling aan actieve verzuimbegeleiding worden gegeven.

Ook voor veel arbodiensten en bedrijfsartsen is het schakelen. Hoe kunnen ze invulling geven aan de grotere rol die hen door de aanscherping van de privacyregels in de schoot wordt geworpen? Hoe ga je werkgevers helpen om niet alleen actief aan re-integratie te werken, maar ook nog eens conform de aangescherpte privacyregels? Tot slot is het op zijn zachtst gezegd een uitdaging om de gewenste, of eigenlijke noodzakelijke ondersteuning te geven, terwijl de agenda van bedrijfsartsen al onder druk staat.

 Jurgen van der Baan gaat op 18 januari tijdens de Praktijkdag Privacy & Verzuim samen met Paul ter Wal en Mark Droogers in op al deze knelpunten uit de praktijk. Op basis van veel voorkomende vragen en praktijkvoorbeelden krijgt u niet alleen een beter beeld van wat u wat u wel en niet mag, maar hoort u ook hoe u tóch een adequaat verzuimbeleid kunt voeren. Zodat u er niet uw vingers aan brandt!

What 40 Years of Research Can Teach Us About Burnout
maandag 30 oktober 2017

Burnout is a global epidemic that doesn’t just affect your job performance—it can have serious impacts on your life and relationships outside of work, your mental health and your physical well-being.

A new review titled “Born and Bred to Burn Out: A Life-Course View and Reflections on Job Burnout” published in the Journal of Occupational Health Psychology looks at the past few decades of burnout research. Authors Jari J. Hakanen of the University Helsinki and Finnish Institute of Occupational Health and Arnold B. Bakker of Erasmus University Rotterdam and University of Johannesburg reflect on their own burnout research and offer some eye-opening insights into the epidemic.

Here are 6 things we learned from reading the review.

1. Socially optimistic people might be less prone to burnout
People who had higher levels of social optimism had lower levels of burnout, according to a 2011 study. Additionally, the lower their levels of social withdrawal or social “handicaps,” as the paper called them, the lower their levels of burnout.

2. Socioeconomic status and education play a (slightly unclear) role
Existing studies suggest somewhat conflicting views on the link between burnout, socioeconomic status and education. One study from 2006 found that people who had not completed “basic education” experienced more burnout, which goes against earlier theories that people with higher levels of education were more prone to burnout. But, a study from 2005 found that burnout actually increased with socioeconomic status. In light of this, Hakanen and Bakker caution that this research needs to be explored further.

3. Burnout affects women and men differently
In the authors’ own research, they found that negative life events and job demands had “a significant joint effect on both exhaustion and cynicism,” but only among women. They suggest that this might be because women are more affected by a “double burden,” as they call it—the dual pressures of work and home life—compared to men.

4. Burnout is an incredibly vicious cycle
When people are burned out, they’re likely to have problems at home too, which can perpetuate problems at work, according to Hakanen’s research from 2005. He found that when people experience burnout, they often chalk up feelings of exhaustion to issues going on in their private life rather than things happening at the office. Hakanen wrote that this might be because it’s easier to adapt to job demands by “investing more and more resources into work,” something he notes usually comes “at the expense of one’s private life.”

Here’s another layer in the cycle: When employees are feeling burned out, they're less open to learning new information because they “lack the energy and personal initiative needed for active learning.” That makes burned out people less likely to be able to seek the resources they need to break the cycle. The authors write that exhausted and burned out employees are also more likely to make mistakes, put less effort into their job and perform badly as a result, which may actually place more job demands on them. Self-underminers, as the authors call these people, were also less likely to be “proactive, craft their jobs, or be engaged in their work.”

5. The first signs of burnout often appear at home
The authors note that because people who are burned out often use their precious energetic resources to fix the problem at work, they first signs of burnout—like exhaustion, cynicism or stress, which can strain interpersonal relationships—often appear at home.

6. You can be burned out but still feel okay sometimes
A recent review of research found that symptoms of burnout—like exhaustion and cynicism—may fluctuate from day to day depending on what happens at work and how much time you have to recover afterwards. The same review found that if burned out employees don’t “recover” from work after leaving the office, they don’t recharge in the way they need to and may suffer more from the daily burnout toll as a result.

Recovery can mean different things to different people—the most important thing is that your activity of choice helps you leave your work at the office. Whether that’s learning a new skill, exercising, relaxing or turning off email, finding ways to wash away the workday can help you replenish the resources you need for the day ahead.

By Shelby Lorman, Thrive Global

Hardlopen geen wondermiddel tegen burn-out
vrijdag 20 oktober 2017

Dit artikel is geschreven door Carien Karsten, Burn-out deskundige en regelmatig spreekster op onze congressen en cursussen.

Sommigen beweren dat hardlopen het beste medicijn is tegen burn-out. Hebben ze gelijk? Of ren je dan juist sneller op een burn-out af?

Op 2 oktober promoveerde Juriena de Vries op een onderzoek naar het effect van joggen op burn-out. Voor haar onderzoek liet ze mensen men stressklachten drie keer per week hardlopen. Wat bleek? – de deelnemers waren minder vermoeid, sliepen beter en maakten minder cognitieve fouten.

Naar aanleiding van het proefschrift tweette psychiater en hardloper Bram Bakker: “Nu wetenschappelijk bewezen: Hardlopen, het allerbeste medicijn tegen een burn-out.” Zijn naamgenoot, tevens hardloper, en hoogleraar organisatiepsychologie Arnold Bakker, verstuurde ook al een tweet naar aanleiding van het proefschrift. Zijn tekst luidt: “Last van een burn-out? Ga hardlopen.”

Beide Bakkers lopen wel heel hard van stapel met de voorzichtige conclusie van De Vries. Zij zegt niet meer dan dat joggen helpt tegen werkgerelateerde vermoeidheidsklachten. Mag je daaruit afleiden dat hardlopen goed is voor iedereen met burn-out?

Symptomen

Juriena de Vries onderzocht geen mensen met burn-out, maar een groep werknemers met burn-out symptomen, en studenten met stressklachten. Mensen dus die nog werken of studeren. Daarvan bleek dat die zich beter voelden na het hollen. Daar kun je inkomen. De Vries plaats daar nog wel de kanttekening bij dat je voorzichtig moet beginnen en het langzaam moet opbouwen. Anders loop je kans op blessures.

De Vries onderzocht dus geen mensen die een burn-out hadden, maar mensen die zich moe voelden in hun werk. Bovendien maakt ze geen onderscheid naar de verschillende manier waarop stress zich kan voordoen. Voor haar onderzoek maakt dat misschien niet uit, maar als je serieus iets wilt zeggen over de relatie tussen hardlopen en burn-out moet je preciezer kijken naar wie daar wel en geen baat bij zou kunnen hebben.

Stresstypen

Stressonderzoekers als Dirk Hellhammer en Stephanie McClellan en Beth Hamilton hebben laten zien dat de manier waarop stress zich voordoet sterk afhangt van je persoonlijkheidstype. Pas als je een benadering kies die bij je stresstype past, ben je geholpen. Dat geldt ook voor hardlopen: lang niet ieder stresstype heeft daar baat bij.

Sommigen wel. Dat is waar. Vooral de zogenaamde turbotypes, het type dat bij stress er nog een schepje bovenop doet. Het zijn mensen die veel energie kunnen verzetten. Als die hun energie steken in hardlopen in plaats van nog harder te gaan werken, werkt dat vaak goed.

Maar bij andere stresstypen werkt hardlopen juist averechts. Ze raken nog vermoeider dan ze al waren, en dan krijgen ze exceemklachten of worden snel ziek. Bij dit type burn-out zijn mensen heel lang over hun grenzen gegaan, en storten dan plotseling in (crashtype). Ze kunnen beter rustig wandelen en niet-competitief bewegen.

En dan heb je een type dat gevoelig van aard is en op kleine oorzaken reageert met een relatief hoge aanmaak van stresshormonen. Voor dit type is het vooral belangrijk de aandacht te richten op het herstel van de inspanning. Een uur hardlopen is een te hoog doel, misschien een kwartier met versnelde pas lopen en daarna even helemaal niets. Zodat het herstelmechanisme goed op gang komt

Het vierde type, het bore-outtype, zal nooit te motiveren zijn voor de hardlooptraining, de vermoeidheid alleen al. Dus dit type doet het goed op een stappenteller.

Blessures

Hardlopen brengt nog andere risico’s met zich mee waar je sowieso niet mee gebaat bent. Het risico op blessure bijvoorbeeld. Ongeveer een kwart van de beginnende hardlopers heeft hiermee te maken. Als je burn-out bent, is het risico daarop extra groot. Juist omdat je signalen van je lichaam negeert en denkt: doorgaan! En als je jezelf teveel uitput, vertraag je geheid je herstel.

Een veel verstandiger advies dan om te gaan hardlopen, is om dagelijks een uur te gaan wandelen. Dat geeft minder kans op ziek worden, dan als je gaat hollen. Wandelaars hebben 9% minder kans op hart- en vatziekten dan mensen die weinig bewegen. Voor hardlopers is dit verschil 4,5%.

Heeft hardlopen dan helemaal geen zin? Jawel, na zo’n drie kwartier hardlopen maak je meer endorfines aan en dat geeft je een kick. Maar ook die vlieger gaat niet voor iedereen op. Sommigen voelen zich er juist beroerd door.

Het antwoord op burn-out is niet hollen of stilstaan, maar rustig en regelmatig in beweging komen. Klinkt saai, werkt goed.


Proefschrift: J.D. de Vries: Exercise as intervention ot reduce burnout, 2 oktober 2017, Radboud universiteit

Griep raast door het land! Werkgevers hoed u!
vrijdag 6 oktober 2017

Het is herfst. De griep komt er aan. De eerste artikelen verschijnen in de landelijke pers, de RIVM meldt de komst van een nieuw griepvaccin en ja hoor, de eerste ziekmeldingen stromen binnen. 

Om te beginnen gaat het heel vaak niet om griep (influenza), maar om een verkoudheidje. Even los van het feit dat een verkoudheidje heel vervelend kan zijn is het geen echte griep. U kent misschien wel het begrip ‘griep vieren’ of de vraag ‘heb jij jouw jaarlijkse griep al opgenomen?’. 

Maar goed, feit blijft dat de ziekmeldingen dus binnenstromen. Wat doe je daar als werkgever nou mee? 

Wees duidelijk en transparant, schenk op tijd aandacht aan dit potentiële probleem:
1. Biedt uw medewerkers vanuit de werkgever een griepprik aan.
2. Geef gepaste aandacht aan de andere medewerkers die met griepverschijnselen te kampen hebben.

Succes! 

Soms zit het mee, soms zit het tegen
donderdag 7 september 2017

Ken je dat gevoel? Je weet dat je op het juist spoor zit, maar het wil maar niet lukken om mensen mee te krijgen in jouw ideeën. Gebeurt mij regelmatig. Misschien komt het door mijn enthousiasme, maar als ik weet dat ik goed zit, dan zal ik niet stoppen voor het af is en er zoveel mogelijk mensen meedoen.

Stress!

Tja, en dan is het bijna zomervakantie. Laatste week school van de kinderen: juffen- en meesterdag, kinderfeestje van de jongste organiseren en afscheidsconcert zingen van vertrekkende juf. Vakantiehuisje boeken, logeerpartijen bij opa en oma afspreken, laatste hockeytraining en -toernooi van de oudste...

Oh ja en dan is er dat PROJECT nog. Dat project waar ik al maanden op zwoeg. Dat van de Wendbare Medewerker.

Want daar gaat het nu toch om, om wendbare medewerkers? Willen organisaties niet vermorzeld worden onder de druk van technologische ontwikkelingen en complexe maatschappelijke veranderingen, dan zullen zij zich voortdurend en steeds sneller moeten aanpassen. Het wendbaar maken van medewerkers is daarbij cruciaal. 

Tenminste, dat was dus mijn idee. Het idee dat mijn doelgroep, HR, door te sturen op persoonlijke ontwikkeling en een effectievere samenwerking, ervoor kan zorgen dat haar medewerkers flexibeler zijn, nieuwe klanten aan zich binden en eigen initiatieven ontplooien. Al snel kreeg ik bijval van Jan Tjerk Boonstra, een van de fijnste dagvoorzitters waar ik mee heb samengewerkt. En ook Bas van de Haterd, professioneel bemoeial, stond er positief tegenover.

Dat was dus niet het probleem. Het probleem was dat ik al weken op zoek was naar organisaties die hun verhaal wilden delen. Flexibele of agile organisaties die wendbaar zijn en weten hoe ze hun medewerkers aan het roer van hun eigen ontwikkeling zetten.

Doen ze het? Durven ze?

Maar zie die organisaties maar eens bereid te vinden hun verhaal te vertellen. Ze hebben het veel te druk met overleven! Of het komt net te vroeg. Of ze durven zich niet als best practice te profileren. Of ze worden al zoveel gevraagd te spreken....

Maar ik moest ze vinden, want hoe zouden mijn deelnemers anders de antwoorden op al hun vragen krijgen.

• Hoe leggen zij de verantwoordelijkheid voor de klant bij hun medewerkers?

• Hoe selecteren ze toekomstbestendig talent op basis van gedrag?

• Hoe meten en ontwikkelen ze wendbaarheid meten en ontwikkelen bij hun medewerkers?

• Hoe faciliteren ze mobiliteit zonder dat het op een reorganisatie lijkt?

• Wat is de rol van de manager en de functie van feedback?

Het duurde en duurde maar. Afwijzing na afwijzing. Maar eindelijk, vlak voor mijn vakantie had ik er drie gevonden. ING, Radboudumc en gemeente Hollands Kroon durfden het aan om frank en vrij te komen vertellen waar ze in hun proces om wendbaarder te worden tegen aan zijn gelopen. YES!

Bloed, zweet en tranen kostte me dit PROJECT. En dan heb je nog niks. Want toen werd het afwachten of ik het bij het juiste eind had.

Zit de BV Nederland op dit thema te wachten? Wil HR die vernieuwing aangaan? Voelen zij de behoefte om wendbare medewerkers in hun organisatie te hebben? Wat als het nu geen succes wordt?

Gelukkig was daar de zomervakantie. Drie heerlijke weken met mijn gezin naar Oostenrijk en Italië. Geen werkstress, geen telefoon, geen e-mail, alleen maar denken aan wat we moeten eten vanavond. Zalig...

De zomervakantie is voor mij een tijd van reflectie. Om te zien waar ik sta, wat ik heb bereikt en wat ik nog graag wil in mijn werk en mijn leven en dat van mijn gezin.

En dan is zo'n PROJECT heel ver weg. En dan maakt het even allemaal niet meer uit. Want er zijn wel meer projecten. En dan start ik weer vol frisse energie aan een volgend project. Dat is ook wendbaarheid denk ik. De kunst van het relativeren, uitproberen, innoveren, vallen en weer opstaan. Nieuwe frisse ideeën opdoen en volle kracht vooruit. Terug te gaan naar de bedoeling, luisteren naar de klant en bedenken wat hij nodig heeft. Dus of praktijkcongres De Wendbare Medewerker op 21 november in Bunnik een succes wordt of niet, ik ga gewoon weer vol goede moed verder!

PS Wil je het resultaat van het PROJECT zien? Of - nog beter - komen? Ja, ik wil het bekijken!

'Over een half jaar zie ik er heel anders uit!'
dinsdag 29 augustus 2017

Vanochtend kwam ik een kennis tegen. Normaal loopt hij in pak, nu in korte broek met polo. Wilde haren en gebruind. ‘Wat zie jij er ontspannen uit’. ‘Ja, dat klopt’, zegt hij lachend. ‘Zo voel ik me ook’. ‘Ik heb m’n baan in Zwitserland opgezegd en ben al drie maanden vrij. Heerlijk! Begin september start ik weer ergens. Maar nu bij een bank waar het niet alleen om geld verdienen gaat en waar de klant centraal staat. Met mijn vorige baas kreeg ik ruzie als ik zei dat ik de klant had leren beleggen en dat hij het nu verder zelf wel kon. Dat scheelde de bank 1% van 20 miljoen en dat is 200.000 per jaar. Dat past niet in hun plaatje.’

Hij gaat lachend door: ‘Maar ik ben ook anders gaan eten. Geen vlees en minder zuivel en suiker. Overal zit troep in, weet je’. Mijn mond valt open. ‘Je lijkt wel bekeerd, zo enthousiast ben je!’ ‘Ja’, zegt hij ‘en ik voel me nu al beter. Terwijl ik nog maar net bezig ben’. ‘Gewoon, brood, fruit, salade en hoemoes. Dat is prima. Ik zal het je sterker vertellen, ik heb vanochtend sojamelk gedronken’. 

Hij vervolgt: ‘We leven in een extreme consumptiemaatschappij. Ik ga het anders proberen te doen. Hoezo groei! Het dogma van de noodzaak tot groei. Links of rechts om. Kan dat niet anders? Ik ga leven op een manier die voor mij goed is maar ook voor anderen’. 

Hij loopt door naar z’n veel te grote gloednieuwe SUV en roept: ‘en deze gaat er ook uit! Gewoon een lekker oud barrel.’ 

Hij stapt in en draait het raam naar beneden. ‘Let maar op! Over een half jaar zie ik er heel anders uit!’ 

Flexwerkers komen moeilijk aan een vaste aanstelling
vrijdag 25 augustus 2017

Dat is de uitkomst van recent CBS-onderzoek. Van de onderzochte groep van 686.000 werknemers die in 2012 als flexwerker aan de slag gingen, had 26 procent drie jaar later een vaste baan en de helft is inmiddels werkloos.

Deze cijfers zijn vergelijkbaar met ‘lichting 2011’. In vergelijking met 2007 vinden veel minder mensen een vaste baan. Toen was het nog 35%.

De daling lijkt in ieder geval gestopt. En dat is niet onlogisch omdat de arbeidsmarkt aantrekt. De grote vraag is natuurlijk wat de aantrekkende arbeidsmarkt gaat doen met ZZP’ers. Vooralsnog lijkt het er niet op dat de Wet werk en zekerheid heeft bereikt dat het aantal vaste banen toeneemt. De discussie over de Nederlandse arbeidsmarktverhoudingen, ‘fl ex minder flex, vast minder vast’, is al jaren een gepolariseerd debat. Het lijkt er wel op dat de kracht van de economie een grote invloed heeft. U zult het dus gewoon moeten doen met bestaande beleidsmaatregelen en wet- en regelgeving die het u niet makkelijk maken.

Met een aantrekkende arbeidsmarkt wordt het steeds belangrijker om na te denken over de samenstelling van uw workforce en  hoe uw arbeidsrelaties en -contracten er uit zien.

Onze Masterclass Zelf uw arbeidscontracten opstellen! op 2 november 2017 helpt u goed op weg!

Wat een geruststellend idee
maandag 14 augustus 2017

Achter je ruist de zee. Het is warm. Je ligt in de schaduw met je neus in de handdoek. Tussen je wimpers door zie je een langzaam vervagende wereld van badpakken en parasols. Ontspanning maakt zich van je meester. Wat heb je het goed.

Uiteraard denk je aan alles wat je bezighoudt. Familie, vrienden, sport, noem het maar op. Onvermijdelijk gaan je gedachten ook naar het werk. Wat was het weer druk! Wat moest er veel gebeuren en wat waren er soms ook lastige zaken.

Je hebt het goed gedaan. En je rust verdient. Maar ergens in je achterhoofd zit een stemmetje dat zegt: zorg je ook dat je op de hoogte blijft van de nieuwste ontwikkelingen? Er verandert zoveel.

Ervaring is mooi. Maar bijblijven is net zo belangrijk. Scherp en efficiënt blijven. Dat is gewoon nodig om het bij te benen.

Je dommelt even weg en denkt: na de vakantie ga ik weer eens tijd nemen voor nieuwe kennis en inspiratie. Wat een geruststellend idee.

Tot snel! We staan voor je klaar! Kijk op ons overzicht!

Video's

17/02 | Michael Portzky over Veerkracht
10/02 | Erwin Napjus over De Nieuwe Preventiemedewerker
15/09 | De Health Manager van het jaar 2016
22/08 | Paul ter Wal: Arbeidsconflicten

Mensen met een lage veerkracht lopen meer risico om uit te vallen. Wat is Veerkracht en hoe kun je mensen, die 'at risk' zijn, ondersteunen.

Michael Portzky scoorde een dikke 9 afgelopen 15 februari. 'Fantastische Masterclass!' 'Wow! Beter dan zeer goed' 

Wilt u Michael ook een keer meemaken? Dat kan op 19 september a.s.! Klik hier

Incompany

Een incompany is een op maat gemaakte dag op uw eigen locatie. Op de manier die u wilt. Interactief of met humor. Serieus of dynamisch. U zegt het maar. U kunt kiezen uit ons diverse aanbod maar u kunt natuurlijk ook uw eigen thema aandragen.

Wat kunnen wij u bijvoorbeeld bieden:

  • Poortwachter in je vingers
  • Aanpak Burn-out
  • Bezwaar & Beroep tegen UWV
  • Inkoop Arbo-dienstverlening
  • Werk & Slaap
  • Verzuim & arbeidsrecht
  • zelf in te vullen

Bedrijven die u zijn voorgegaan zijn o.a. Abbott, Shell, DSM, HMSHost, Zorgcentrum de Marke, Nuon, Blauwe Brug, Gemeente Hoorn, Holland Casino, 's-Heerenloo, Sanquin.

 

Neem voor meer informatie contact op met Martine Mittertreiner (035) 678 0123. Of stuur een e-mail naar: martine@gezondinbedrijf.com

Over ons

Het is onze passie u te helpen in uw werk en uw persoonlijke ontwikkeling. Wij willen u de kennis bieden die u nodig heeft. Kennis in praktijk op het gebied van verzuim, gezondheidsbeleid, vitaliteit en duurzame inzetbaarheid.

Onze kernwaarden daarbij zijn: 

Actueel, relevant, inspirerend en sprankelend. 

Wat mag u van ons verwachten? 

  • Met zorg en kennis opgebouwde programma's
  • Tips waar u meteen mee aan de slag kunt
  • Praktijk   
  • Boeiende vergezichten
  • Deskundige sprekers
  • Niet goed, geld terug!

Wilt u op de hoogte blijven van ontwikkelingen op uw vakgebied meld u dan boven in het menu aan voor onze nieuwsbrief met actuele programma’s. En vergeet niet lid te worden van de LinkedIn Groep Gezond in Bedrijf met meer dan 2600 leden. Of volg ons op Twitter #Gezond in Bedrijf.

Contact

T: 035 - 678 0123
M: 06 - 52371033
E-mail: info@gezondinbedrijf.com
Website: www.gezondinbedrijf.com

BTW nummer: NL854665584B01
KvK: 62121405

Postadres
Postbus 132                                               
1400 AC Bussum

Bezoekadres
Albrechtlaan 13 A
1404 AJ Bussum